waterpieper
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie kwikstaarten en piepers (Motacillidae). De soort werd (en wordt) vaak gezien als een supersoort waarvan de oeverpieper (A. petrosus) en de Pacifische waterpieper (A, rubescens) ondersoorten waren (zijn)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek