weed
mannelijk (de)/wet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) benaming voor plant van het geslacht , uit de familie der kruisbloemigen die werd gebruikt voor het blauw verven van stoffen
zelfstandig naamwoord
- benaming voor de als roesmiddel gebruikte gedroogde toppen van de vrouwelijke hennepplant
Etymologie
*[B] van """, in de betekenis van ‘marihuana’ aangetroffen vanaf 1962
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek