weekdieren
/ˈweɡdirə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stam van ongewervelde dieren , met een week lichaam en in de regel een uitwendig kalkskelet (schelp)
Etymologie
*"weekdier" met de uitgang -en
Vertalingen
SpaansMoluscos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek