weekmaker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (materiaalkunde) een stof met een lage molecuulmassa die toegvoegd wordt aan een amorfe kunststof om het glaspunt ervan te verlagenZonder weekmakers zouden veel kunststoffen niet verwerken en te bros voor gebruik zijn.
Vertalingen
Spaansplastificador, plastificante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek