weekmaker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, materiaalkunde (scheikunde), (materiaalkunde) een stof met een lage molecuulmassa die toegvoegd wordt aan een amorfe kunststof om het glaspunt ervan te verlagen
    Zonder weekmakers zouden veel kunststoffen niet verwerken en te bros voor gebruik zijn.

Vertalingen

Spaansplastificador, plastificante