weggaan
/ˈwɛxan/
Betekenis
werkwoord
- (erga) zich ergens vandaan begevenWe moeten nu echt weggaan, anders komen we niet meer op tijd.Ik wilde maar één ding, en dat was hier weggaan en mijn zelfbeheersing en energie hervinden.'We kunnen toch niet weggaan als het ons even niet bevalt? Dan geven we een slecht voorbeeld.
- (erga) uitgaan, feestenWilde jij vanavond nog weggaan?
- (erga) uit een relatie stappenDe vriendin van de buurman is gisteren bij hem weggegaan.
Vertalingen
Engelsleave, leave
Franss'en aller
Duitsweggehen, verlassen
Spaansirse, marcharse, abarse
Italiaansandarsene
Russischуходить
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek