wegslikken
/ˈwɛxslɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalenJe kunt dit bittere medicijn maar beter snel wegslikken.
- (ov) (figuurlijk) zich over een negatief gevoel heenzettenDe ploeg kon de teleurstelling over de verloren halve finale niet wegslikken en verloor ook de strijd om het brons.
Vertalingen
Duitsrunterschlucken, hinunterschlucken, runterschlucken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek