weit

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, verouderd (plantkunde) (verouderd) benaming voor planten uit het geslacht , in het bijzonder
    {{ouds
  2. graan, verouderd (graan) (verouderd) zaad van
    Hoeveel kost de lange weit?
  3. graan, afkorting (graan), (afkorting) boekweit

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "weet", cognaat met "wheat", "weet", "Weizen", "vete"