Wenden

/Κ‹Ι›ndɘ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een andere richting inslaan
  2. erga, scheepvaart (erga) (scheepvaart) van koers veranderen, bij zeilen vooral ook "door de wind gaan": "overstag gaan" of "gijpen"
    Klaar om te wenden? Ree!
  3. refl (refl) zich ~ tot: een persoon of instelling aanspreken
    Hij wendde zich tot de bisschop.

Etymologie

*van Middelnederlands "wenden"; woorden als wandelen en winden hebben een verwante herkomst

Uitdrukkingen

  • zich niet kunnen wenden of keren β€” met teveel mensen in een ruimte zijn zodat men zich niet kan bewegen
  • hoe je het ook wendt of keert β€” wat je ook probeert, je kunt het niet veranderen

Vertalingen

Engelsturn about, turn, turn around
Fransadresser
Spaansgirar, hacer girar, virar