werking

vrouwelijk (de)/ˈwɛrkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. manier waarop iets functioneert
    Ook worden de verre supernova's wellicht verzwakt door de absorberende werking van stofdeeltjes in het sterrenstelsel waarin de sterexplosie plaatsvindt.
    Mij is de werking ervan niet helemaal duidelijk.
  2. toestand dat iets functioneert
    Het sop had zijn werking verloren omdat het water koud was geworden.
    Ze merkte niet dat de andere man een lus om haar achterpoot sloeg en een lier in werking stelde die haar langzaam van de grond hees.

Etymologie

* van werken

Uitdrukkingen

  • Principe van de kleinste werking
  • buiten werking stellen
  • in werking stellen
  • in werking treden

Vertalingen

Engelsworking, functioning
Fransfonctionnement
DuitsWirkung
Spaansfuncionamiento
Zweedsfunkar