werkplek

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛrᵊkˌplɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de plaats waar iemand zijn beroep uitoefend, werkvloer
    In het moderne kantoor zijn er geen vaste werkplekken meer.
  2. de baan, de arbeidsplaats
    In dit bedrijf zijn 100 werkplekken gerealiseerd.