werkweg
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdelijke) weg speciaal voor werkverkeerEen 17-jarige jongen uit Strijensas is dinsdag gewond geraakt bij een verkeersongeval op de Boomdijk. De jongen reed op zijn bromfiets in de richting van de Meeuwenoordseweg en wilde voor het HSL-viaduct naar links een doodlopende werkweg inslaan. Een achterop komende automobilist kon niet meer tijdig afremmen waardoor de botsing een feit was en de bromfietser ten val kwam.Het zuidelijke deel van de Kaaiweg krijgt alleen vluchthavens. Verder wordt de buitendijkse werkweg, die aangelegd wordt tussen de uitlaat en de inlaat voor koelwater van de kerncentrale, opengesteld voor fietsers.
Vertalingen
Engelssite road, road for construction traffic, pioneer road
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek