wet
mannelijk/vrouwelijk (de)/wɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) een door de overheid opgestelde regelVeel mensen vinden dat die zichzelf boven de wet stelt, veel te ver gaat en inconsequent is.Je wordt gestraft als je de wet overtreedt en gepakt wordt.In Australië is het nu zelfs bij wet geregeld dat iedere werknemer na zeven jaar automatisch twee maanden betaald verlof ontvangt.
- (wetenschap) vaste, op waarneming gegronde regel, waarmee een verschijnsel wordt verklaard
- (religie) religieuze levensregels en voorschriften
Etymologie
* In de betekenis van ‘rechtsregel’ voor het eerst aangetroffen in 901
Uitdrukkingen
- Een wet van Meden en Perzen — een regel waarvan nooit mag worden afgeweken
- Een stalen wet
- Iemand de wet stellen — iemand iets opdragen te doen
- Korte wetten maken
- Nieuwe heren, nieuwe wetten — met een nieuwe baas komen er nieuwe regels
- Nood breekt wet — bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd
- Onder en boven de wet zijn — zich niet aan de regels hoeven te houden
- de lange arm der wet
Vertalingen
Engelslaw
Fransloi
DuitsGesetz
Spaansley
Italiaanslegge
Poolsprawo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek