wethouder

mannelijk (de)/ˈwɛthɑudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een lid van het dagelijkse uitvoerende bestuur van een Nederlandse gemeente
    Er zijn al sinds 1813 wethouders in Nederland.

Etymologie

* In de betekenis van ‘lid van dagelijks bestuur van gemeente’ voor het eerst aangetroffen in 1440

Vertalingen

Engelsalderman
Fransadjoint, échevin
DuitsBeigeordnete
Spaansconcejal