Wiel
onzijdig (het)/wil/
Wat is de betekenis van Wiel?
Wiel betekent: (n) ronddraaiende schijf voor voortbeweging met minimale weerstand
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) ronddraaiende schijf voor voortbeweging met minimale weerstand
- (f)/(m) (waterbeheer) een poel net achter de dijk, ontstaan door verspoeling tijdens een dijkdoorbraak
Voorbeelden van "Wiel" in een zin
- Gelukkig kwamen de zestien wielen net op tijd knarsend tot stilstand, gevolgd door een grote stofwolk.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kolk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1187
Uitdrukkingen
- een spaak in het wiel steken
- een stok in het wiel steken
- het wiel opnieuw uitvinden
- het vijfde wiel aan de wagen zijn
- in de wielen rijden
- stokken in het wiel steken
- stokken in de wielen steken
Vertalingen
Engelswheel, weel
Fransroue
DuitsRad
Spaansrueda
Italiaansruota
Portugeesroda
Russischколесо
Chinees轮子
Japans車輪
Koreaans바퀴
Arabischعجلة
Turkstekerlek
Poolskoło
Zweedshjul
Deenshjul
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek