wielewalen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een geslacht van zangvogels uit de familie (wielewalen en vijgvogels). Er zijn bijna dertig soorten. De soorten komen voornamelijk voor in de tropen van de Oude Wereld (Azië en Afrika) en Zuid-Australië. Slechts één soort komt als trekvogel voor in West-Europa, de wielewaal
Etymologie
* "wielewaal" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek