windhoos
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪnthos/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) heftige wervelwind die maar kort duurt, maar veel schade kan aanrichtenEen windhoos heeft in Zwitserland een treinwagon uit de rails geblazen. Het ongeluk gebeurde ten noorden van het dorp Lenk in Berner Oberland. De wagon is op zijn kant naast het spoor terechtgekomen en er zijn acht gewonden gevallen. Maar de burgemeester van Lenk, René Müller, zei dat het naar omstandigheden goed is afgelopen.de Telegraaf 03 jan. 2018De Limburger beleefde halverwege de sessie een opvallend moment, toen hij even zomaar van de baan schoot. Waarschijnlijk lag dat aan een windhoos, al maakte Verstappen over de teamradio ook melding van problemen met de banden.de Telegraaf 21 okt. 2017Door een windhoos boven het Zeeuwse Zierikzee zijn maandag één dode en zeven gewonden gevallen, meldt de veiligheidsregio Zeeland. Eerder was sprake van ongeveer tien gewonden. De windhoos zorgde voor veel schade. Tien tot twintig huurhuizen raakten tijdelijk onbewoonbaar.
Vertalingen
Engelswhirlwind, windspout
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek