winkeldiefstal

mannelijk (de)/ˈwΙͺΕ‹kΙ™lˌdifstΙ‘l/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de daad van het stelen van goederen uit een winkel
    Veel winkeldiefstallen worden gepleegd door het winkelpersoneel.

Vertalingen

DuitsLadendiebstahl
Zweedssnatteri