winkelkast

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪŋkəlˌkɑst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kast of etalage in een winkel waarin de te verkopen waren uitgestald liggen
    Bij Rookmaker hing juist een groote 'photogravure' alleén in de winkelkast: 'la dernière cartouche' of 'de laatste patroon', waarop een gekwetste 'zouaaf' neêrzeeg.