wintervacht
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de behaarde huid van een zoogdier in de winterDe pels waarop dit pelswerk teruggaat is de wintervacht van de hermelijn, een witte vacht met een zwarte staartpunt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek