wip
Wat is de betekenis van wip?
wip betekent: (f)/(m) een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
Betekenis
- (f)/(m) een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
- (m) het wippen
Voorbeelden van "wip" in een zin
- De kinderen vermaakten zich op de wip en de schommel van de speeltuin.
- Na een enkele wip met zijn staart vloog de vogel op.
Betekenis en uitleg van wip
Het woord 'wip' verwijst naar een beweging of een schommeling, vaak in de context van een wiebelige of onzekere positie. Denk bijvoorbeeld aan een wipkip op de speeltuin die omhoog en omlaag gaat terwijl kinderen erop zitten.
Je kunt 'wip' gebruiken in verschillende contexten, zoals in de speeltuin of met betrekking tot een wippertje, een soort schommel. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om een situatie te beschrijven die onvast of onvoorspelbaar is. Dit woord roept vaak beelden op van speelsheid en beweging, wat het een luchtige nuance geeft.
Voorbeelden
- De kinderen stonden in de rij om op de wip te gaan zitten, terwijl ze gierden van het lachen.
- De politieke situatie in het land lijkt op een wip, met elke dag nieuwe ontwikkelingen.
- Met een flinke duw wipte de hond omhoog en landde weer zachtjes op de grond.
Woordoorsprong
Het woord 'wip' komt van het Middelnederlands en heeft verwantschap met woorden die beweging of schommeling aanduiden.
Veelgestelde vragen over wip
Wat is de betekenis van wip?
wip betekent: (f)/(m) een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
Hoeveel betekenissen heeft wip?
wip heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van wip?
Synoniemen van wip zijn: wipwap.
Hoe gebruik je wip in een zin?
Voorbeeld: “De kinderen vermaakten zich op de wip en de schommel van de speeltuin.”
Etymologie
* Verkorting van "wipgalg", oorspronkelijk een martelinstrument. In de betekenis van ‘wipplank’ voor het eerst aangetroffen in 1813.
Uitdrukkingen
- op de wip zitten — ongedurig zijn, zijn ongeduld of onrust nauwelijks kunnen bedwingen