wippen
/ˈwɪpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) op en neer bewegenDe kinderen werden ongeduldig onder het lange betoog en begonnen te wippen en te wriemelen.
- (inerg) (figuurlijk) (seksualiteit) (informeel) geslachtsgemeenschap hebben, paren
- (ov) (informeel) door een stemming uit een functie zettenOmdat hij ruzie maakte met de voorzitter wipte de ledenvergadering hem uit het bestuur.
Etymologie
* van Middelnederlands "wyppen"
Vertalingen
Engelsbalance, screw
Franslimer, faire crac-crac
Duitsbumsen, treiben
Spaansbalancear, coger
Italiaansscopare
Poolswydymać, usunąć
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek