wipper

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. snoepje van karamel omgeven met vanillesuiker
    Confiserie Temmerman is al meer dan honderd jaar een huis van vertrouwen in Gent. Of ze een website hebben? ,,Ik denk het niet. Zelfs de facturen worden hier nog met de hand geschreven, lacht André-Anne Gaffinet. In het ouderwets-gezellige decor van haar winkel in de Kortedagsteeg en die van haar schoonzus Véronique Temmerman aan de Kraanlei staan bokalen vol nonnenbillen, trientjes, punaizen, babbelaars, wippers, muilentrekkers, agents de change, belga's De namen doen de klanten al gniffelen en dromen. De Standaard 02 DECEMBER 2006 [http://www.standaard.be/cnt/go6157ti4 DE THUISKOK OP VERPLAATSING]
  2. een bal die men meer omhoog dan ver trapt
    In het zonnetje in het Parkstad Limburg Stadion sloeg FC Utrecht al snel toe. In de twaalfde minuut had Mateusz Klich een gevoelig wippertje in huis, waarmee hij Sander van de Streek vrij voor Hidde Jurjus zette. De middenvelder wipte de bal op zijn beurt over de Roda-doelman heen en zag zijn inzet via de onderkant van de lat net achter de doellijn stuiteren: 0-1. De Telegraaf 18 feb. 2018 [https://www.telegraaf.nl/sport/1687138/fc-utrecht-behoudt-fraaie-status-tegen-zwak-roda FC Utrecht behoudt fraaie status tegen zwak Roda]
  3. kinderzitje dat heen en weer kan schommelen
    Babymassages en bewegingsoefeningen kennen jonge mama’s al van bij de vroedvrouw. De ‘VIP Fit’ gaat een stap verder. De baby moet niet in een draagdoek of in de wipper, hij of zij doet mee met de work-out. De Standaard 19 JULI 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170719_02979245 De baby als halter]
  4. flesopener

Etymologie

* van wippen