Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

witstok

mannelijk (de)/ˈwɪtstɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap, historisch (gereedschap) (historisch) houten staaf waarmee een dunne laag kalkspecie op een gemetselde muur wordt aangebracht om de poriën daarin op te vullen voordat het eigenlijke pleisterwerk wordt aangebracht
  2. scheldwoord (scheldwoord) domme onnozele jongen