wollen
/wɔlə(n)/
Wat is de betekenis van wollen?
wollen betekent: gemaakt van wol
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- gemaakt van wol
Voorbeelden van "wollen" in een zin
- Hij draagt sinds kort weer wollen sokken.
- Verder zaten er handschoenen, een lange wollen onderbroek, een sneeuwbril en een hele lading pillen in.
Etymologie
Afgeleid van wol met het achtervoegsel -en
Vertalingen
Duitswollen
Engelswoolen, woollen
Russischшерстяной
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek