woonark

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een drijvende (betonnen) bak waarop een woning gebouwd is
    Jaap Eikelboom is er helemaal klaar mee: de zogeheten ’plaskrul’ voor zijn woonboot drijft hem tot wanhoop. Als het straaturinoir door gemeentewerkers wordt schoongespoten, zitten de uitwerpselen, urine en andere smerigheid op zijn woonark. „Laatst hing er gebruikt wc-papier aan mijn schip”de Telegraaf MIKE MULLER 05 jan. 2018
    Daarnaast zijn we ook nog bezig om onze nieuwe woonark te verbouwen. Gelukkig is mijn vriend erg handig, ik ga alleen af en toe langs om wat dingetjes uit te zoeken. Het was mijn grote droom om op een woonboot te wonen en zoals het er nu naar uitziet gaan we er ergens in december echt wonen. Te gek”de Telegraaf 09 nov. 2017

Vertalingen

Engelshouseboat, house-boat