zag
/zɑχ/
Wat is de betekenis van zag?
zag betekent: enkelvoud verleden tijd van zien
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van zien
Voorbeelden van "zag" in een zin
- Ik zag.
- Jij zag.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
zag betekent: enkelvoud verleden tijd van zien