zalig
ˈzaləx
Wat is de betekenis van zalig?
zalig betekent: gerechtvaardigd tegenover God, doordat men van zonde bevrijd is
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- gerechtvaardigd tegenover God, doordat men van zonde bevrijd is
- bijzonder aangenaam, hemels
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaligen
- gebiedende wijs van zaligen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaligen
Voorbeelden van "zalig" in een zin
- Christenen verlangen ernaar zalig te worden door het geloof in de Christus.
- We hebben een zalige vakantie gehad.
- Ik zalig.
- Zalig!
- Zalig je?
Etymologie
In de betekenis van ‘lekker, zedelijk gelukkig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Vertalingen
Duitsherrlich, selig
Spaansbienaventurado, beato
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek