zalig

ˈzaləx

Wat is de betekenis van zalig?

zalig betekent: gerechtvaardigd tegenover God, doordat men van zonde bevrijd is

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. religie_in_het_nederlands gerechtvaardigd tegenover God, doordat men van zonde bevrijd is
  2. bijzonder aangenaam, hemels
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaligen
  2. gebiedende wijs van zaligen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaligen

Voorbeelden van "zalig" in een zin

  • Christenen verlangen ernaar zalig te worden door het geloof in de Christus.
  • We hebben een zalige vakantie gehad.
  • Ik zalig.
  • Zalig!
  • Zalig je?

Etymologie

In de betekenis van ‘lekker, zedelijk gelukkig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Vertalingen

Duitsherrlich, selig
Spaansbienaventurado, beato