zeek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vloeibare ontlastingDe zeek of pis van menschen en dieren heeft, zoo als men weet, eene zeer groote aengelegenheid in de landelyke opbrengst.blz 184 Beknopte verhandeling over de landbouw-werktuigenMax. le Docte Brussel 1852
- (informeel) het zeewaterEn nu hebben wij zelf twee garnalenboten die altijd stuk zijn en wordt de zeek leeggevist door Guyanezen.[http://www.rnw.nl/suriname/article/de-zwevende-kiezer-paul-woei De zwevende keizer:Paul Woei 11 maart 2010]
Vertalingen
Engelspiss, drink
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek