zeepje
/ˈzepjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vlinders) bepaald soort vlindertje, uit de familie tastermotten (); de wetenschappelijke naam is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1833 door Treitschke
Etymologie
**[2] omdat de rupsen op zeepkruid leven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek