zeepkist

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kist waarin zeep bewaard of vervoerd wordt
    In deze winkel kun je zeepkistjes kopen, een gewild cadeautje.
  2. een zelfgebouwd voertuig, oorspronkelijk een zeepkist [1] op een laag onderstel
    Het racen met zeepkisten ontstond in 1934 in Amerika en werd razend populair.
  3. een geïmproviseerde verhoging waarvanaf men een menigte toespreekt
    Hij stond weer aardig op zijn zeepkist te redeneren.