zelfkant

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elk van de meestal versterkt geweven zijkanten van een weefsel in de lengterichting van het doek

Etymologie

* In de betekenis van ‘buitenkant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Vertalingen

Engelsselvedge, selvage