zelfvertrouwen
Wat is de betekenis van zelfvertrouwen?
zelfvertrouwen betekent: geloof in eigen vermogen, kunde of kracht
Betekenis
- geloof in eigen vermogen, kunde of kracht
Voorbeelden van "zelfvertrouwen" in een zin
- Zijn zelfvertrouwen kreeg daardoor een flinke deuk.
- De dagen daarna sliep ik steeds alleen, en langzaam maar zeker groeide mijn zelfvertrouwen.
- Jezus! Waren ze plotseling allemaal miljonair? Wat verder de behoefte aan cashflow betrof, vervolgde directeur Solveig de presentatie met onverstoorbaar zelfvertrouwen, werden natuurlijk alle huurinkomsten overgeheveld naar rentekosten en herstelwerkzaamheden om het bedrijf niet te belasten met onnodige belastinguitgaven.
Betekenis en uitleg van zelfvertrouwen
Zelfvertrouwen is het innerlijke geloof in je eigen kunnen en waarde. Het stelt je in staat om uitdagingen aan te gaan en beslissingen te nemen zonder te twijfelen aan jezelf.
Dit woord wordt vaak gebruikt in situaties waarin iemand zijn of haar capaciteiten moet tonen, zoals tijdens een sollicitatiegesprek of een presentatie. Zelfvertrouwen kan fluctueren afhankelijk van de context, en het is belangrijk om te beseffen dat het niet altijd hetzelfde is als arrogantie; het is eerder een gezonde zelfwaardering. Het opbouwen van zelfvertrouwen kan tijd en oefening vergen, maar heeft een positieve invloed op persoonlijke en professionele groei.
Voorbeelden
- Na maanden van oefenen, voelde ze eindelijk het zelfvertrouwen om haar zangtalent op het podium te laten horen.
- Zijn zelfvertrouwen steeg toen hij de complimenten van zijn collega's ontving na zijn presentatie.
- Zelfvertrouwen is essentieel voor het aangaan van nieuwe uitdagingen, zoals het starten van een eigen bedrijf.
Woordoorsprong
Het woord 'zelfvertrouwen' is samengesteld uit 'zelf', verwijzend naar de eigen persoon, en 'vertrouwen', wat duidt op een geloof in iets of iemand.
Veelgestelde vragen over zelfvertrouwen
Wat is de betekenis van zelfvertrouwen?
zelfvertrouwen betekent: geloof in eigen vermogen, kunde of kracht
Welk woordgeslacht heeft zelfvertrouwen?
zelfvertrouwen is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je zelfvertrouwen in een zin?
Voorbeeld: “Zijn zelfvertrouwen kreeg daardoor een flinke deuk.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘geloof in zichzelf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1784