zendtijd
mannelijk (de)/ˈzɛntɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijdsduur van een uitzending van een radio- of televisieprogrammaPublieke omroepen krijgen een bepaalde hoeveelheid zendtijd toebedeeld op basis van het aantal leden van de desbetreffende omroep.
Vertalingen
Engelsbroadcasting time, airtime
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek