zeuren

/ˈzørə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken en zonder het probleem aan te pakken
    Hij zeurde over een paar punten verschil.
    Nu ik helemaal alleen was viel er weinig te zeuren en bovendien zou niemand het horen.
  2. inerg, verouderd (inerg) (verouderd) op een bedrieglijke manier proberen een spelletje te winnen

Etymologie

*herkomst onzeker, in de betekenis van ‘zaniken’ voor het eerst aangetroffen vanaf 1777

Vertalingen

Engelswhine, nag
Fransassommer
Duitsnörgeln
Portugeeslamentar