ziekenkost

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eten dat een speciale versterkende en genezende werking zou hebben op zieke mensen
    De drank sloopt Arie sneller dan Vadertje Tijd. Het jonge stel tegenover zijn huisje heeft hem al twee dagen niet gezien. 's Avonds klopt de jongen aan. Hij mag binnen en dringt aan op het ziekenhuis. Arie schudt nee. Het meisje kookt ziekenkost die de jongen hem voert, maar Arie houdt niets meer binnen. NRC Monica Metz 27 januari 2001 [https://www.nrc.nl/nieuws/2001/01/27/gerstenat-7527679-a318302 Gerstenat]
    De laatste jaren zijn er heel nieuwe soorten eten uitgevonden, net zoals er soorten eten verdwenen zijn. ‘Ziekenkost’ bijvoorbeeld, daar hoor je niemand meer over. Of over een versterkend hapje of een versterkende bouillon. Wij hoeven niet meer versterkt te worden. NRC Marjoleine de Vos 24 februari 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/02/24/troostrijke-smeuigheid-11855198-a416988 Troostrijke smeuïgheid]
    Vleeschnat, soup en bouillon golden al in de achttiende eeuw als spijzen bij uitstek waarmee zieken en bedlegerigen op kracht konden komen: ziekenkost. NRC Karel Knip 11 november 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/11/11/wat-zat-er-nou-precies-in-roodkapjes-mandje-5213503-a1531466 Wat zat er nou precies in Roodkapjes mandje?]