zielsaandoening

vrouwelijk (de)/ˈzilsandunɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religieuze emotie
    Het is een gevoel der zonden, dat noodzaaklyk gepaard gaat met eene zwaardere of zachtere zielsaandoening van bekommering en droefheid, waar men de maate van 's Geestes vrymachtige bestiering met den mensch moet overlaaten.[https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=dpo:5629:mpeg21:0342&query=zielsaandoening&coll=boeken&sortfield=date Tempel-gezicht van den propheet Zacharia; Eerste deel 1785]

Etymologie

* sedert 1781.