zij

vrouwelijk (de)/zɛi/

Wat is de betekenis van zij?

zij betekent: 3e persoon enkelvoud vrouwelijk,

Betekenis

voornaamwoord
  1. 3e persoon enkelvoud vrouwelijk,
  2. 3e persoon meervoud,
zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijk individu
zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een van beide kanten van een lichaam.
  2. verouderd (verouderd) richting, of onderdeel dat in een richting te vinden is
  3. materiaalkunde (materiaalkunde) zachte, gladde stof gemaakt van cocons van de zijderups
werkwoord
  1. aanvoegende wijs tegenwoordige tijd enkelvoud van zijn.

Voorbeelden van "zij" in een zin

  • Heeft zij dat gezegd of was het haar echtgenoot?
  • Hebben zij dat gedaan of was het de oppositie?
  • Hij lag niet op zijn zij, maar op zijn rug.
  • Het zij zo!

Betekenis en uitleg van zij

Het woord 'zij' is een persoonlijk voornaamwoord dat gebruikt wordt om naar een vrouw of een groep vrouwen te verwijzen. Het is een essentiële term in het Nederlands die helpt om duidelijkheid te scheppen over wie er wordt bedoeld in een gesprek of tekst.

Je gebruikt 'zij' wanneer je het hebt over een vrouwelijke persoon of een vrouwelijke groep, bijvoorbeeld in situaties waar de genderidentiteit belangrijk is. Het kan ook gebruikt worden in de derde persoon meervoud om naar een groep te verwijzen, ongeacht hun geslacht. Dit maakt het woord veelzijdig en belangrijk in zowel formele als informele communicatie.

Voorbeelden

  • Zij heeft de presentatie perfect voorbereid.
  • Zij gaan morgen naar het concert samen.
  • Als zij meer tijd had, zou ze het project beter kunnen afronden.

Woordoorsprong

Het woord 'zij' komt uit de oude Germaanse talen en is verwant aan het Engelse 'she' en het Duitse 'sie'.

Veelgestelde vragen over zij

Wat is de betekenis van zij?

zij betekent: 3e persoon enkelvoud vrouwelijk,

Hoeveel betekenissen heeft zij?

zij heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft zij?

zij is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van zij?

Synoniemen van zij zijn: ze, clitisch, zijde, kant.

Hoe gebruik je zij in een zin?

Voorbeeld: “Heeft zij dat gezegd of was het haar echtgenoot?

Etymologie

*[C] de stam van "zijn" met de weer afgesleten uitgang -e, vergelijk "sei"

Uitdrukkingen

  • de soep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend

Vertalingen

Engelsshe, they, side
Franselle, ils, elles
Duitssie, sie, Seite
Spaansella, ellos, ellas
Portugeesela, eles, elas
Russischона, они
Poolsona, oni, one