zindering

vrouwelijk (de)/ˈzɪndərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. golf van heftige spanning en emotionele beroering
    Tien jaar geleden was er nog één keer de zindering in de zaal, toen ik speelde met de boekverbranding van Mulisch’ boekenweekgeschenk. Nu heb ik het gevoel dat ik weer iets van die spanning en zindering terugkrijg, omdat mensen het idee hebben dat het weleens de laatste keer zou kunnen zijn dat ze me op het podium zien.” HP de Tijd S. van Gorp 15 December 2010 [https://www.hpdetijd.nl/2010-12-15/freek-de-jonge/ Freek de Jonge]
    Niemand kon het sentiment, het drama en de zindering van die avond beter verwoorden dan Michel Platini, jaren later. Hoewel hij als aanvoerder van Frankrijk verloor, sprak de legendarische Franse regisseur van weleer ondanks talloze finales van 'zijn mooiste duel ooit'. "Wat er die ruim twee uur gebeurde, was een blauwdruk van alle sentimenten van het leven. Geen film of toneelstuk kan de vele tegenstellingen en emoties van die avond samenvatten. Dit was compleet. Zo sterk, zo fabuleus, zo hartverscheurend!" Tubantia 10 januari 2017 [https://www.tubantia.nl/sport/een-klein-pokkemomentje-in-mooiste-wedstrijd-ooit~a5cd11cd/ Een klein 'pokkemomentje' in mooiste wedstrijd ooit]
    Maar meer nog dan de zindering van nieuwe tijden viel in honderd afleveringen van ‘Jonge jaren’ de kalmte van het vroegere Nederland op. In menig gesprek voor deze rubriek ging het met een zweem van nostalgie over stille dorpen in arcadische landschappen waar niet veel doordrong van het wereldnieuws: Suezcrisis, Russen in Boedapest, onrust in Indië, Koude Oorlog. HP de Tijd M. Dings 19 maart 2010 [https://www.hpdetijd.nl/2010-03-19/ach-vroeger/ Ach, vroeger…]
  2. trilling door hitte

Etymologie

* van zinderen