zitting
vrouwelijk (de)/zɪtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gevoerde deel van een stoel waarop men zitDeze zitting moet opnieuw gestoffeerd worden.
- de tijd dat een raad of ander lichaam werkzaam bijeen isDe koningin opende de zitting van het parlement.
- de duur van het als model poseren voor een kunstenaar of een fotograafDit portret is in vier zittingen geschilderd.
- ~ nemen in ergens toe toetreden
- Een afdichtvlak in een klep of kraan, klepzitting
Etymologie
* van zitten .
Vertalingen
Engelssession
Fransséance, séance
Spaansasiento, junta, sesión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek