zittenblijver

mannelijk (de)/'zɪtəblɛɪvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leerling die er niet ingeslaagd is over te gaan naar de volgende klas en die de klas over moet doen
    Er zijn wel erg veel zittenblijvers dit jaar.
    In de tweede week, toen we zeven of acht gymlessen hadden gehad, liet de Kaper ons midden in de gymnastiekzaal in de houding staan, riep mij en drie andere jongens naar voren en zei dat we teams moesten kiezen, zoals je bij voetbal deed. Ik wist wat de bedoeling was omdat Clark, een zittenblijver die een jaar ouder was dan de anderen, me had getipt.
  2. tweede betekenisomschrijving.
    Zin met het paginawoord in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

* : iemand die blijft zitten