zitten

/ˈzɪtə(n)/

Wat is de betekenis van zitten?

zitten betekent: (inerg) op het zitvlak rusten

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) op het zitvlak rusten
  2. erga (erga) zetelen, plaats genomen hebben
  3. auxl (auxl) duratief hulpwerkwoord
  4. inerg (inerg) in de gevangenis een straf ondergaan
  5. figuurlijk (figuurlijk) ergens verblijven / ergens verstand van hebben

Voorbeelden van "zitten" in een zin

  • Ik heb lekker in het zonnetje gezeten.
  • Er wordt zelden op die stoel gezeten.
  • Sommigen gingen wat eten en anderen zaten zwijgend voor zich uit te staren.
  • Hij was gezeten op een troon van goud, versierd met diamanten.
  • Daar zit verandering in te komen.

Etymologie

:Oost: : sitan

Uitdrukkingen

  • (in België) verveeld zitten met iets
  • Aan de grond zittenBijna niets meer hebben
  • Aan de voeten van Gamaliël zittenaandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft
  • Aan het roer zittende leiding hebben
  • Aan/op het vinkentouw zittenin spanning iets afwachten en graag door willen
  • Achter de geraniums zitten
  • Als haringen in een ton zittenzich erg dicht op elkaar bevinden
  • Daar zit 'em de knoop.daar zitten de moeilijkheden/problemen

Vertalingen

Engelssit
Fransêtre assis
Duitssitzen
Spaansestar sentado, estar
Russischсидеть
Japans座る, すわる, suwaru
Turksoturmak
Poolssiadać