zittingsduur

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat iets of iemand een bepaalde functie vervult
    Het kabinet heeft in principe een zittingsduur tot aan de volgende verkiezingen, die 'binnen drie jaar' zouden moeten worden gehouden.
    In de nieuwe branchecode is verder onder meer de positie aangescherpt van de raad van toezicht als hoogste toezichthoudend orgaan. De maximale zittingsduur wordt teruggebracht naar maximaal twee keer vier jaar.

Vertalingen

Engelslegislative period