zitzak

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zitmeubel in de vorm van een grote zak gevuld met piepschuimen balletjes
    Mijn vader herinnert zich dat hij een keer van zijn werk thuiskwam en zag dat mijn moeder de achtertuin aan het stofzuigen was. Ik had een zitzak opengemaakt en de hele achtertuin was bezaaid met witte piepschuimen balletjes. Want ik had zin in een witte kerst.

Vertalingen

Engelsbeanbag, beanbag chair
DuitsSitzsack
Italiaanspuf, pouf
Russischбинбэг
Zweedssaccosäck