zoen

mannelijk (de)/zun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het met de lippen aanraken van een persoon of een voorwerp
  2. geschiedenis (geschiedenis) verzoening, vrede (zie bijv. zoenoffer)

Etymologie

* Afgeleid van het oorspronkelijke woord voor 'verzoening'. Verzoening werd soms bezegeld met een kus. Die betekenis heeft het woord 'zoen' later óók gekregen. In de betekenis van ‘kus’ is het woord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1544

Vertalingen

Engelskiss
Spaansbeso
Poolspocalunek