zoenaltaar
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) het altaar waarop een zoenoffer gebracht wordt"Knielt, Christenschaar, voor 't zoenaltaar, uw God rust daar,Knielt biddend neer en brengt uw Heer dank, lof, en eer.".
Etymologie
*Samenstelling van zoen, (van verzoenen) en altaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek