zoendood

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) de dood van Jezus als noodzakelijkheid voor de verzoening van de zonden der gelovigen
    De zin: "De leer van de zoendood van Christus is geen leer van de evangelies, maar alleen Paulinisch" (DH 3438), is door Pius X, in het decreet "Lamentabili" als modernisme veroordeeld.

Etymologie

*Samenstelling van zoen, (van verzoenen) en dood