zoetigheid
vrouwelijk (de)/ˈzutəxhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) etenswaar met een zoete smaakWil je wat zoetigheid op de boterham of liever iets hartigs?
Etymologie
*Afgeleid van zoetig .
Vertalingen
DuitsSüßigkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek