zoetje
/ˈzucə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dosis kunstmatige zoetstof, meest in de vorm van een klein pilletjeWil je een zoetje voor de koffie of gebruik je suiker?
Etymologie
*afgeleid van "zoet"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van "zoet"