zondagsrijder
mannelijk (de)/ˈzɔndɑxsˌrɛɪdər/
Wat is de betekenis van zondagsrijder?
zondagsrijder betekent: weggebruiker die een vervoermiddel (voornamelijk auto, maar ook bijvoorbeeld paard, bromfiets) met een kennelijk zo gebrekkige rijtechniek gebruikt, dat het erop lijkt alsof hij/zij alleen op vrije dagen voor het plezier wel eens een rustig ritje maakt en verder geen rijervaring in het wegverkeer opbouwt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- weggebruiker die een vervoermiddel (voornamelijk auto, maar ook bijvoorbeeld paard, bromfiets) met een kennelijk zo gebrekkige rijtechniek gebruikt, dat het erop lijkt alsof hij/zij alleen op vrije dagen voor het plezier wel eens een rustig ritje maakt en verder geen rijervaring in het wegverkeer opbouwt
Voorbeelden van "zondagsrijder" in een zin
- Die zondagsrijder bleef de hele tijd onnodig links rijden.
Etymologie
* . De benaming insinueert dat zo'n chauffeur weinig rijervaring heeft, omdat hij/zij enkel zou rijden op vrije dagen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek