zondvloed
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een catastrofale en bijna alles vernietigende vloed die volgens de Bijbel ooit zou hebben plaatsgevonden, als straf van God
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘grote vloed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562
Uitdrukkingen
- Na mij/ons de zondvloed — Dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er zelf niet meer ben (vgl. het zal mijn tijd wel duren)
Vertalingen
Engelsdeluge
Fransdéluge
DuitsSintflut
Spaansdiluvio
Italiaansdiluvio, diluvio universale
Portugeesdilúvio
Chinees大洪水
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek